Logo HOMEPAGE      OnderzoekEMRO Nederland      Nieuwste EM Agriton website. Agriton.com


Het AGRITON SYSTEEM voor een gezonde melkveehouderij:

Voor een goede produktie zonder problemen !

Het Agriton Systeem

 


Inhoudsopgave:

Deel 1: Inleiding. *

Deel 2: Problemen in de melkveehouderij *

Deel 3: Produkten van Agriton. *

Deel 4: Het praktische Agriton advies: *

Deel 5: Handleiding Effectieve Micro-organismen (EM) *

 

Deel 1: Inleiding.

logo Inhoudsopgave

Agriton is een bedrijf dat in 1991 werd opgericht. Het bedrijf richtte zijn aandacht in de beginjaren vooral op volkstuinders. Nadat Agriton echter een drijfmestbehandeling had ontwikkeld kwam er steeds meer belangstelling vanuit de landbouw en heeft Agriton zich ontwikkeld tot een bedrijf dat zich nu richt op het creëren van een duurzame landbouw. De filosofie en overtuiging van Agriton is dat bij een duurzame landbouw een goede bodemvruchtbaarheid centraal moet staan. Hierbij besteedt Agriton niet, zoals de gangbare wetenschap, alleen aandacht aan de fysische en chemische processen maar ook aan de zeer belangrijke biologische processen. Een goede bodemvruchtbaarheid produceert voldoende gezond voer en voedsel waardoor de natuurlijke weerstand in mens, dier, plant en bodem wordt verhoogd en ziekten minder kans krijgen zich te ontwikkelen. In de huidige landbouw is de bodemvruchtbaarheid door verschillende oorzaken echter niet optimaal of zelfs slecht. Deze kan aanzienlijk worden verbeterd door met moderne technieken een authentieke en natuurlijke landbouw te bedrijven. Hiermee wordt bedoeld: een landbouw waarin de vele processen op een bedrijf positief worden beïnvloed en geen tegenstrijdige processen plaats vinden. Deze filosofie is gebaseerd op het zeer interessante boek: "De geheimen van een vruchtbare bodem", geschreven door Erhard Hennig. In dit boek worden vele aspecten voor het bereiken van een goede bodemvruchtbaarheid besproken. Daarnaast speelt de EM-technologie, ontwikkeld door Prof. Dr. Teruo Higa uit Japan, een belangrijke rol in het Agriton systeem. Nieuw in deze technologie is dat met behulp van een mix van micro-organismen allerlei fermentatieprocessen worden gestimuleerd. Deze fermentatie betekent een betere benutting van energie, produktie van beter benutbare voedingsstoffen en minder produktie van niet benutbare afvalstoffen. EM-technologie heeft daarom de mogelijkheden en de capaciteit de huidige produktieniveau’s te handhaven en toch om te schakelen naar een authentieke natuurlijke landbouw.

Agriton maakt geen keuze tussen gangbare of biologische (dynamische) bedrijven. Agriton verbiedt het gebruik van kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen ook niet, maar nuanceert het gebruik daarvan. Deze produkten hebben niet alleen positieve maar ook negatieve gevolgen. Indien alle processen in de bodem, plant, dier, en mest goed op elkaar worden afgestemd en de onderdelen elkaar positief beïnvloeden, kan een natuurlijke landbouw worden gecreëerd, waarin met minder inputs toch een hoge produktie kan worden behaald. Bovendien zal de kwaliteit van de produkten toenemen en zullen de milieuproblemen verdwijnen. De produkten van Agriton kunnen op alle bedrijfssystemen worden gebruikt en verbeteren op een bedrijf de randvoorwaarden voor het bereiken van deze meer natuurlijke landbouw.

Agriton richt zijn activiteiten in eerste instantie op de melkveehouderij. De produkten worden echter ook in vele andere sectoren in de landbouw gebruikt. Enkele voorbeelden hiervan zijn de akkerbouw, tuinbouw, veeteelt, bloementeelt, siertuinen, huisdieren (duiven, paarden) etc.

De volgende produkten worden in het Agriton-systeem geadviseerd:

 

 

Deel 2: Problemen in de melkveehouderij

logo Inhoudsopgave

De Nederlandse veehouderij verkeert in zware problemen, de melkveehouderij heeft te kampen met grote nutriëntenverliezen (kost geld en vervuilt milieu), MINAS hangt boven ons hoofd, steeds meer ziekten gaan een bedreiging vormen voor zowel de melkveehouderij als de mens, bijv. BSE of para-TBC, de melkprijzen staan onder druk en er moet alsmaar meer worden geïnvesteerd om 'bij te blijven'. De gangbare oplossing voor deze problemen wordt gezocht in produktie-inkrimping, fijnbemesting, mineralenbalansen, groen-label stallen, medicijnen, antibiotica, melkrobots, etc. Bij al deze oplossingen echter, zullen de inputs (kunstmest, krachtvoer) omlaag moeten en zal de produktie dalen. Agriton heeft een totaal andere visie op mogelijkheden voor het oplossen van deze problemen. In deze visie draait het erom op het melkveebedrijf alle processen in de mest, bodem, voer en de koe zo op elkaar af te stemmen dat zij elkaar positief beïnvloeden. Binnen het Agriton-systeem zijn de belangrijkste aspecten een goede bodemvruchtbaarheid en een microbieel milieu waarin fermentatieprocessen worden gestimuleerd. Deze aspecten leiden tot een kringloop op het bedrijf waarbij elk onderdeel het andere verbetert. Een goede bodemvruchtbaarheid produceert goed en gezond voer, wat leidt tot een gezonde koe die goed kan produceren, wat leidt tot goede mest, welke weer tot een goede bodemvruchtbaarheid leidt. Agriton is er van overtuigd, gesteund door onderzoek van de Landbouw Universiteit Wageningen dat met dit systeem de inputs via kunstmest en krachtvoer omlaag kunnen, terwijl het huidige produktieniveau gehandhaafd kan worden.

 

2.1 De produkten van Agriton in de praktijk.

logo Inhoudsopgave

 

2.1.1. Drijfmest.

logo Inhoudsopgave

Volgens Agriton is de drijfmest op veel bedrijven van een slechte kwaliteit en kan deze kwaliteit sterk worden verbeterd. De oorzaken van deze slechte kwaliteit zijn:

Door deze factoren ontstaat een mest die zeer rijk is aan stikstof en arm aan koolstof. De koolstof / stikstofverhouding in deze drijfmest is zeer laag, vaak lager dan 5 (C : N = 5 : 1). In de literatuur wordt echter veelal aangegeven dat de koolstof / stikstofverhouding voor een goede bodem (veel humus) rond de 10 moet liggen (C : N = 10 : 1). De koolstof dient in de mest ook als energiebron voor micro-organismen. Doordat weinig koolstof aanwezig is ontwikkelen zich in de drijfmest bepaalde micro-organismen waardoor een rottingsproces plaats vindt. In dit rottingsproces vinden onder andere de volgende processen plaats:

Wanneer een drijfmestbehandeling met Agrimest en EM wordt toegepast kan het rottingsproces in de drijfmest worden omgezet in een fermentatieproces (rijping). Via de Agrimest kunnen de omstandigheden in de drijfmest zo worden beïnvloed dat onder andere meer energie beschikbaar komt en daardoor de Effectieve Micro-organismen de schadelijke stoffen in de mest om kunnen zetten in nuttige stoffen. Rotting wordt Rijping. Dit betekent dat de opbouwende micro-organismen gaan overheersen waardoor geen schadelijke stoffen maar juist nuttige en makkelijk opneembare voedingsstoffen gevormd worden.

Resultaat van dit fermentatieproces:

 

2.1.2. Grasland.

logo Inhoudsopgave

Fysisch en Chemisch:

De vakgroep Dierlijke Produktie Systemen van de LUW heeft de nutriëntenstromen door het melkveebedrijf onderzocht en hieruit blijkt dat in de afgelopen decennia de benutting van bijv. stikstof drastisch is gedaald. In de huidige melkveehouderij wordt nog maar een benuttingspercentage voor stikstof behaald van 15-20%. Van alle stikstof (kunstmest, krachtvoer) die wordt aangevoerd gaat derhalve meer dan 80% verloren! Tevens blijkt uit dit onderzoek dat deze drastische daling op bedrijfsniveau vooral te wijten is aan het dalen van het benuttingspercentage van nutriënten in de bodem. Oplossingen voor het verminderen van nutriëntenverliezen zouden vooral gezocht moeten worden in:

  1. de verlaging van de kunstmestgift.
  2. het verhogen van het benuttingspercentage in de bodem.

Dit onderzoek sluit aan bij de landbouw die Agriton al sinds enkele jaren propageert. Het verminderen van het gebruik van kunstmeststoffen en het handhaven van de produktie door middel van het verhogen van de bodemvruchtbaarheid. De bodemvruchtbaarheid speelt binnen het Agriton concept een belangrijke rol. Onder bodemvruchtbaarheid verstaat Agriton niet alleen de hoeveelheid nutriënten in de bodem maar daarnaast ook de structuur, vochthoudendvermogen, zuurstofregulerend vermogen, textuur, zuurgraad, bodemleven, etc. Een goede bodemvruchtbaarheid levert een bodem die in staat is om op een grotendeels natuurlijke manier de plant te voorzien van alle benodigde voedingsstoffen, en door een grote natuurlijke weerstand ziekten kan voorkomen. Hierbij is het van belang dat de bodem gevoed wordt (in plaats van de plant) met naast anorganische vooral organische voedingsstoffen. Met het huidige graslandbeheer wordt nauwelijks een bijdrage geleverd aan deze bodemvruchtbaarheid. De gebruikte anorganische meststoffen, vooral kunstmest en rottende drijfmest, zijn direct door de plant opneembaar en wordt daarom toegediend als bij substraat teelt (de plant wordt gevoed in plaats van de bodem). Deze substraatteelt heeft echter negatieve gevolgen voor de bodemvruchtbaarheid. De hoeveelheid nutriënten in de bodem neemt weliswaar toe maar de bodem is steeds minder in staat om deze nutriënten vast te houden (80% verlies), de structuur wordt slechter, het vochthoudend en zuurstofregulerend vermogen vermindert, etc.

Biologisch:

Door het veelvuldig gebruik van bestrijdingsmiddelen en chemicaliën wordt ook het bodemleven beïnvloed. In de bodem wordt een milieu gecreëerd waarin bepaalde pathogene micro-organismen dominant worden, waardoor vooral de afbrekende processen gaan overheersen(rotting) en bijv. geen stofwisselingsprodukten zoals vitaminen, enzymen en anti-oxydanten meer worden gevormd. Er wordt een bodem gevormd die ziekteverwekkend is in plaats van ziekteonderdrukkend. Tevens neemt de microbiële activiteit in de bodem af waardoor allerlei processen minder snel kunnen verlopen.

Kunstmest - Organische mest:

Om verwarring te voorkomen is het nuttig om op deze plaats de gedachten van Agriton over kunstmest toe te lichten. Kunstmest wordt door veel mensen als een ideale bemesting gezien. Het staat ook als een paal boven water dat kunstmest grote effecten kan hebben op de produktie en dat het de Nederlandse landbouw naar grote hoogte heeft gestuwd. Overmatig kunstmestgebruik heeft echter ook nadelen zoals de afgelopen jaren steeds duidelijker is geworden. Het leidt bijvoorbeeld via uitspoeling tot waterverontreiniging, bovendien draagt het nauwelijks bij aan een duurzame bodemvruchtbaarheid (bijv. structuur) en is veel gebruik van kunstmest slecht voor het bodemleven (micro-organismen, wormen, etc). Ook is er reden om te twijfelen aan de kwaliteit van de geproduceerde produkten (hoge nitraatgehalten, weinig vitaminen, mineralen, anti-oxydanten, antibiotica, veel vocht - weinig drogestof, weinig structuur). Goede organische mest kan wel bijdragen aan een duurzame bodemvruchtbaarheid. Daardoor kunnen nutriënten in de bodem beter worden vastgehouden en op het juiste moment voor de plant beschikbaar komen. De microbiële activiteit in de bodem zal toenemen waardoor meer nutriënten beschikbaar komen voor de plant. In zo’n bodem zullen daarnaast ook veel meer spoorelementen vrijkomen en zullen gebreksverschijnselen uitblijven. Bij een juist management kan dan met veel minder kunstmest de produktie worden gehandhaafd. In dit management kan echter nog steeds kunstmest worden gebruikt. Ervaringen leren dat het gebruik van kunstmest het beste gedurende een aantal jaren afgebouwd kan worden, zodat de bodem zich langzaam om kan vormen tot een duurzame bodem. Agriton propageert dus niet een totale afschaffing van kunstmest maar een geleidelijke daling in kunstmestgift.

In de lucht en bodem bevinden zich onwaarschijnlijk grote hoeveelheden stikstof. Deze stikstofvoorraden kunnen door middel van micro-organismen en leguminosen beschikbaar komen voor planten. Stikstof uit de lucht kan door middel van stikstofbindende micro-organismen en leguminosen (klaver, luzerne) worden vastgelegd in de bodem. In een bodem die een goed bodemleven bezit kan vastgelegde stikstof weer vrij opneembaar worden gemaakt voor de plant.

Het Agriton-systeem:

In het Agriton-systeem wordt door middel van kleimineralen, zeeschelpenkalk, EM en een gefermenteerde drijfmest de bodemvruchtbaarheid verhoogd.

De kleimineralen en zeeschelpenkalk zorgen voor:

De gefermenteerde drijfmest zorgt voor:

De Effectieve Micro-organismen zorgen voor:

 

2.1.3. Ruwvoer:

logo Inhoudsopgave

Door de grote hoeveelheden kunstmest en bestrijdingsmiddelen wordt de kwaliteit van het gewas beïnvloed. De gangbare beoordelingswaarde zoals VEM en DVE zijn puur fysische en chemische beoordelingswaarden. Kwaliteit van voer is echter meer dan VEM en DVE, er bestaat ook nog een biologische waarde. Met een biologische waarde wordt bedoeld dat bijvoorbeeld alle spoorelementen aanwezig zijn, alsmede door micro-organismen geproduceerde vitaminen, antibiotica, en andere bio-actieve stoffen. Deze voedingsstoffen zijn erg belangrijk voor de gezondheid van het dier. In de huidige landbouw worden zoveel anorganische voedingsstoffen aan de plant toegediend dat de plant geen andere keuze heeft dan deze op te nemen. De plant neemt bijvoorbeeld veel anorganische stikstof (kunstmest) op, de plant moet water opnemen om deze stikstof te verwerken en neemt daardoor weer meer stikstof op. Hierdoor ontstaat gras dat hoge gehalten aan nitraat bevat dat zelfs dodelijk kan zijn voor de koe. We kunnen moeilijk beweren dat dit gras een goede kwaliteit heeft.

 

2.1.4. De koe.

logo Inhoudsopgave

De koe heeft het in de huidige landbouw zwaar te verduren. Zij werkt de gehele dag op topniveau, in een slecht milieu (rottende drijfmest) waar de ziektedruk hoog is, en bovendien krijgt hij voer waar enkele belangrijke bestanddelen in ontbreken. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat koeien problemen krijgen met de vruchtbaarheid, ziekten en na een aantal jaren al afgeschreven kunnen worden. Met het Agriton systeem kunnen we echter het stalklimaat en de kwaliteit van het voer verbeteren waardoor de gezondheid van de koe wordt verbeterd. Hierdoor heeft ze minder problemen met ziekten, de vruchtbaarheid etc. waardoor meer energie overblijft voor produktie.

 

 

Deel 3: Produkten van Agriton.

logo Inhoudsopgave

 

3.1. Agrimest mineraal en Agrimest vloeibaar

 

3.1.1. Samenstelling Agrimest mineraal en Agrimest vloeibaar.

logo Inhoudsopgave

De drijfmestbehandeling bestaat uit Agrimest mineraal en Agrimest vloeibaar, vaak worden ook nog Effectieve Micro-organismen toegevoegd.

Agrimest mineraal:

Mineralenmengsel

Agrimest vloeibaar:

Organische Mineralen

 

3.1.2. Werking Agrimest mineraal en Agrimest vloeibaar.

logo Inhoudsopgave

Agrimest bestaat uit geënergetiseerde mineralen. Deze geënergetiseerde mineralen spelen een belangrijke rol bij enkele gecompliceerde biochemische processen. Men vermoedt dat deze mineralen in het oerstadium van de aarde als katalysator hebben meegewerkt aan de opbouw van eiwitten, nucleïnezuren e.a. en daarmee deel hebben gehad aan de schepping van levende organismen. Het is tegenwoordig bekend dat elke minerale stof energie (bijvoorbeeld in de vorm van straling/licht) kan opslaan en weer kan uitstralen. Deze energie kan voor elke levensontwikkeling de aanzet zijn voor zijn biologisch geordende opbouw. De Agrimest kan de omstandigheden in de drijfmest zo beïnvloeden dat onder andere meer energie beschikbaar komt zodat micro-organismen in de mest een anaërobe fermentatie kunnen voltooien. Deze fermentatie betekent een betere kwaliteit van de mest. Aan de ene kant worden geen schadelijke stoffen maar voedingsstoffen en bioactieve stoffen gevormd die makkelijk door de plant opneembaar zijn en de plantengroei kunnen stimuleren. Aan de andere kant ontstaat er een drijfmest waarin opbouwende micro-organismen gaan overheersen en virussen en ziekten geen kans krijgen om zich te ontwikkelen.

 

Fermentatie door:

 

Rotting door:

 

anaërobe fotosynthetiserende bacteriën

 

anaërobe heterotrofe bacteriën

 

zij vormen

 

zij vormen

 

echte duurzame humus

 

ruwe humus/insektenhumus

 

sporenelementen

 

waterstofsulfide

 

stikstofbinding

 

chloorwaterstof

 

antibiotica

 

ammoniak

 

aminozuren

 

toxinen

 

vitaminen

 

stikstofverliezen

 

voorkomt ziekten

 

ziektenvorming

 

Resultaat van deze fermentatie:

 

3.2. Zeeschelpenkalk.

logo Inhoudsopgave

3.2.1. Samenstelling Zeeschelpenkalk

logo Inhoudsopgave

Zeeschelpenkalk is een kalkbron die gewonnen wordt uit schelpenbanken in de Noordzee. Vervolgens wordt deze gedroogd en vermalen. Zeeschelpenkalk is rijk aan calciumcarbonaat (96.1%) en bevat weinig water. De droge stof is 99.5%.

Door het Centraal Laboratorium voor C.H.V.-Encebe NV en Sobel NV is een mineralenanalyse van Zeeschelpenkalk uitgevoerd met de volgende resultaten.

 

droge stof

 

99.5

%

 

koper

 

1

mg/kg

as

 

97.5

%

 

ijzer

 

5266

mg/kg

fosfor

 

0.05

%

 

mangaan

 

63

mg/kg

calcium

 

37.7

%

 

zink

 

5

mg/kg

carbonaat(CaCO3)

 

96.1

%

 

kobalt

<

0.5

mg/kg

in vitro calcium

 

100

%

 

arseen

 

15.9

mg/kg

natrium

 

0.4

%

 

seleen

 

0.03

mg/kg

kalium

<

0.01

%

 

cadmium

<

0.2

mg/kg

magnesium

 

0.02

%

 

lood

<

0.2

mg/kg

 

 

 

 

 

kwik

 

0.03

mg/kg

 

 

 

 

 

sulfaat

 

454

mg/kg

 

 

 

 

 

chloride

 

870

mg/kg

 

 

 

 

 

jodide

<

15

mg/kg

 

 

 

 

 

fluor

 

160

mg/kg

 

Daarnaast heeft het Quist Laboratorium te Aarhus in Denemarken metingen gedaan met betrekking tot de oplosbaarheid van diverse soorten kalk. Hier wordt de duur aangegeven om kalk in zoutzuur voor 99% op te laten lossen. Uit deze cijfers kan men afleiden dat Zeeschelpenkalk een langdurige werking heeft.

Landbouwkalk (kalksteen)

60 minuten

Zeeschelpenkalk

750 minuten

 

3.2.2. Werking van Zeeschelpenkalk.

logo Inhoudsopgave

De zuurgraad (pH):

Zoals bekend is een goede pH van de bodem zeer belangrijk voor een goede plantengroei. Indien de pH van de bodem laag (zuur) is dan worden verschillende nutriënten gebonden in de bodem en kan de plant deze niet meer opnemen. Hierdoor kunnen in de plant allerlei gebreksverschijnselen optreden, wat kan leiden tot opbrengstverlies. Indien de pH van de bodem te hoog wordt treedt hetzelfde verschijnsel op. In de huidige graslandonderzoeken wordt voor zandgrond, dalgrond, kleigrond en leemgrond een optimale pH (KCl) geadviseerd van 5, voor veengrond een pH van 4.8. Volgens Agriton is dit niet correct. De pH waarbij een bodem optimaal functioneert hangt af van de soort bodem. Er bestaat dus voor alle bodems een optimale pH die hieronder is weergegeven.

pH streefzone voor verschillende gronden:

soort grond:

zand

zandleem

leem

klei

pH (KCl)

5.2 - 6.0

5.7 - 6.5

5.9 - 6.7

6.1 - 6.9

pH (H2O)

6.3

6.8

7.0

7.2

Een voordeel van Zeeschelpenkalk is dat het een langdurige werking heeft en dus te hoge of te lage pH's kan vermijden. De pH wordt dus gedurende langere tijd beïnvloed door de kalk waardoor een optimale plantengroei kan ontstaan.

Bodemleven:

Door een gunstige pH kan ook het microbieel bodemleven worden bevorderd. Dit heeft verschillende gevolgen voor de plantengroei. De snellere mineralisatie in de bodem leidt tot meer voedingsstoffen, zowel N, P, K en spoorelementen, waardoor gebreksverschijnselen en dus groeiachterstanden worden voorkomen. De micro-organismen produceren allerlei bio-actieve stoffen (vitaminen, anti-oxydanten, antibiotica, hormonen) die zowel de kwaliteit als de kwantiteit van de oogst kunnen verbeteren. Tevens wordt door het microbieel bodemleven de lucht- en waterhuishouding verbeterd. Naast het reguleren van de zuurgraad heeft kalk (Ca) ook nog een positieve werking op de bodemstructuur en kan het vastgelegde voedingsstoffen weer ontsluiten.

Zeeschelpenkalk bevat daarnaast ook vele spoorelementen. De zeeschelpen worden door schelpdieren in de zee gemaakt en deze dieren zorgen ervoor dat alle spoorelementen in deze schelpen aanwezig zijn. Door deze kalkbron te gebruiken wordt de bodem dus gelijk van vele spoorelementen voorzien.

 

3.3. Kleimineralen.

logo Inhoudsopgave

3.3.1. Samenstelling kleimineralen.

logo Inhoudsopgave

De Edasil-kleimineralen worden gewonnen in Zuid-Duitsland. De korrelgrootte ligt voornamelijk tussen 2.0 - 5.0 mm. (73 - 77 %).

Samenstelling:

 

 

 

Chemische analyse:

 

 

 

Montmorillonietgehalte

70-80

%

 

Silicium oxide

ca. 56

%

Specifieke oppervlakte

600-800

m2/g

 

Yzer oxide

ca. 0.4

%

Ionenuitwisselingscapaciteit

70-85

mvol/100 g

 

Aluminium oxide

ca. 16.0

%

Wateropnamecapaciteit

135

%

 

Calcium oxide

ca.4.0

%

Watergehalte

6-8

%

 

Magnesium oxide

ca 4.0

%

pH waarde

7-8

 

 

Kalium oxide

ca. 2.0

%

Basische werking

4

%

 

Natrium oxide

ca. 0.4

%

Dichtheid

2.6

g/cm3

 

 

 

 

 

Spoorelementen:

 

 

Borium

ca. 1000

ppm.

 

Kobalt

ca. 35

ppm.

 

Koper

ca. 20

ppm.

 

Mangaan

ca. 300

ppm.

 

Molybdeen

ca. 20

ppm.

 

Nikkel

ca. 50

ppm.

 

Zink

ca. 90

ppm.

 

 

3.3.2. Werking kleimineralen.

logo Inhoudsopgave

Kleimineralen behoren tot de kleinste deeltjes die in de bodem voorkomen. Het bijzondere aan deze kleimineralen is de combinatie van hun vorm en samenstelling. Zij bestaan uit vele dunne plaatjes. Het gevolg hiervan is dat zij een zeer groot oppervlak per gewichtseenheid hebben. Dit kan voor het Bentoniet-kleimineraal oplopen tot 800 m2/gram, ter vergelijking het meest in Nederland voorkomende kleimineraal (Illiet) heeft maximaal 150 m2/gram. Daarnaast zijn de kleimineralen ten gevolge van hun chemische samenstelling aan de randen elektrisch geladen. Deze lading worden in de bodem altijd geneutraliseerd door ionen. Dit betekent dus dat kleimineralen een groot ionenbindend vermogen hebben. Vanwege deze eigenschappen kunnen kleimineralen een belangrijke rol in de bodemvruchtbaarheid vervullen.

Adsorptie:

Het grote adsorptie(bindend) vermogen van de kleimineralen heeft een belangrijke functie. De kleimineralen zorgen ervoor dat vele ionen (K, Ca, Mg, Na, NH4,) en spoorelementen worden gebonden en pas weer vrijkomen als de concentratie in de bodem van één van deze elementen afneemt. Zo zorgen kleimineralen voor een constante toevoer van allerlei voedingsstoffen. Nitraten worden niet direct door kleimineralen gebonden maar door de verbeterde structuur van de bodem is er minder kans dat nitraat uit kan spoelen.

 

Complexen:

Kleimineralen kunnen met Aluminium-ionen(Al) het Klei-Al complex en met organische stoffen het Klei-Humus complex vormen. Deze complexen bestaan uit vele kleideeltjes Al-ionen/humusmolekulen en zelfs kleine zandkorrels. Micro-organismen spelen hierbij een grote rol. Beide complexen hebben grote betekenis voor de bodemvruchtbaarheid. Door hun vorm vergroten zij de stabiele structuur van de bodem welke essentieel is voor optimalisatie van de vocht-, lucht- en warmte- huishouding in de bodem, welke weer de fysische, chemische en biologische processen in de bodem beïnvloeden. De beide complexen spelen daarnaast ook nog een rol bij de pH-buffering en de regulering van de concentratie fosfaat, sulfaat en spoorelementen.

Micro-organismen:

Micro-organismen spelen een belangrijke rol bij de bodemvruchtbaarheid. Zij spelen een rol bij bijna alle processen in de bodem bijv. de mineralisatie, de humusvorming, enz. De kleimineralen en de complexen die worden gevormd zijn een ideale leefomgeving voor de micro-organismen waardoor deze dus beter kunnen functioneren. De kleimineralen en de complexen bieden de micro-organismen:

 

3.4. Effectieve micro-organismen (EM).

logo Inhoudsopgave

3.4.1. Samenstelling Effectieve Micro-organismen (EM).

logo Inhoudsopgave

EM is een produkt ontwikkeld door Prof. Dr. Teruo Higa werkzaam aan de Ryukyus Universiteit in Japan. EM bestaat uit verschillende soorten micro-organismen bestaande uit 5 groepen en 10 geslachten en 80 species.

Groepen:

Geslachten:

Melkzuur bacteriën

Streptomyces albus albus

Fotosynthetiserende bacteriën

Rhodopseudomonas sphaeroides

Gisten

Lactobacillus plantarum

Actinomyceten

Propionibacterium freudenreichii

Schimmels

Streptococcus lactis

 

Streptococcus faecalis

 

Aspergillus oryzae

 

Mucor hiemalis

 

Saccharomyces cerivisiae

 

Candida utilis

 

3.4.2. Werking Effectieve Micro-organismen.

logo Inhoudsopgave

EM-technologie heeft twee belangrijke werkingsprincipes

  1. Het dominantie principe.
  2. Het fermentatie principe.

 

Het dominantie principe:

Het dominantie principe werkt als volgt. In het algemeen komen 3 soorten micro-organismen voor:

De opportunisten zijn de grootste groep. Zij volgen die groep die in het systeem overheersend is. Indien dus de afbrekende micro-organismen de overhand krijgen zullen de opportunisten deze processen volgen en ontstaat er dus een klimaat waarin de afbraak overheerst. Indien de opbouwende micro-organismen de overhand krijgen zullen de opportunisten de opbouwende processen volgen en ontstaat er dus een klimaat waarin de opbouw overheerst. Welke soort van micro-organismen gaat overheersen hangt af van het milieu waarin zij leven. In de huidige landbouw creëren we door het overmatig gebruik van rottende drijfmest, kunstmeststoffen en chemische bestrijdingsmiddelen een milieu waarin de afbrekende micro-organismen gaan overheersen waardoor allerlei ziekten zich kunnen blijven ontwikkelen.

Het fermentatie principe:

Overal vinden allerlei microbiële processen plaats. Zo worden afvalstoffen afgebroken en meestal weer opgebouwd tot nuttige stoffen. Deze processen kunnen echter onder verschillende milieuomstandigheden (afhankelijk van welke micro-organismen dominant zijn, voeding, temperatuur, etc.) plaatsvinden waardoor de afbraak of opbouw op een andere manier plaats vindt. Hierdoor worden verschillende stoffen geproduceerd en gaan verschillende hoeveelheden energie verloren. De stoffen die hierbij worden geproduceerd kunnen verschillen in voedingswaarde Welk proces plaats vindt kan dus belangrijk zijn voor de bodem en de plant.

We kunnen onderscheid maken tussen de oxydatieve (aërobe) en de fermentatieve (anaërobe) afbraakprocessen. Binnen het fermentatieve proces kunnen we nog onderscheid maken tussen nuttige fermentatie (rijping) en schadelijke fermentatie (rotting). Het is belangrijk op te merken dat veel van deze processen tegelijkertijd kunnen plaatsvinden.

oxydatie

 

-

 

fermentatie

 

 

 

(aëroob)

 

 

 

(anaëroob)

 

 

 

 

|

 

 

|

 

 

nuttige fermentatie

 

 

schadelijke fermentatie

 

 

(rijping)

 

 

(rotting)

 

 

Oxydatie:

Oxydatie is het proces waarbij bepaalde micro-organismen organische moleculen aëroob afbreken. Hierbij ontstaan oplosbare anorganische voedingsstoffen die direct door de plant opgenomen kunnen worden. Tevens ontstaat er CO2 en veel warmte. Tijdens deze afbraak gaat dus veel energie verloren.

 

Schadelijke fermentatie oftewel rotting:

Rotting is het proces waarbij bepaalde micro-organismen eiwitten anaëroob afbreken, waarbij stinkende en niet-compleet afgebroken stofwisselingsprodukten ontstaan welke meestal giftig zijn voor plant en dier (ammoniak, indolen, skatolen, mercaptanen, waterstofsulfide, methaan). Vervolgens worden deze produkten weer omgezet in andere schadelijke stoffen en relatief onoplosbare anorganische stoffen. Indien echter fotosynthetiserende micro-organismen aanwezig zijn kunnen deze onder anaërobe omstandigheden de geproduceerde rottingsprodukten benutten om waardevolle stoffen te produceren. Het rottingsproces kan omgezet worden in een rijpingsproces.

 

Nuttige fermentatie oftewel rijping:

Rijping is het anaërobe proces waarbij bepaalde micro-organismen complexe organische moleculen kunnen afbreken in eenvoudige organische en anorganische stoffen die direct door de plant opneembaar zijn. Tevens worden er door micro-organismen stofwisselingsprodukten geproduceerd als antibiotica, hormonen, vitaminen, enzymen, anti-oxydanten etc., welke ook door de plant opneembaar zijn. Deze produkten kunnen de plantengroei stimuleren en de natuurlijke weerstand van de bodem, plant en dier verhogen en daardoor ziekten onderdrukken. De anti-oxydanten kunnen er voor zorgen dat minder oxydatie optreedt waardoor het fermentatieproces gestimuleerd wordt. Deze fermentatie levert een kleine hoeveelheid energie, wat betekent dat er meer energie in het produkt achterblijft en dus minder energie verloren gaat. Het rijpingsproces treedt onder andere op bij de bereiding van zuurkool. De witte kool heeft een mindere voedingswaarde dan de gerijpte zuurkool.

Conclusie m.b.t. EM-technologie:

EM-technologie beïnvloedt het microbieel milieu zodanig dat de opbouwende micro-organismen gaan overheersen. Hierdoor wordt een milieu geschapen waarin micro-organismen d.m.v. fermentatie een positieve rol gaan spelen met betrekking tot plantengroei, kwaliteit en bodemvruchtbaarheid. Fermentatieve afbraak wordt gestimuleerd en rotting treedt minder op waardoor minder energie verloren gaat. Een bodem waar de opbouwende micro-organismen gaan overheersen kan op deze manier produktieniveau’s handhaven, ziekten onderdrukken en produkten van een betere kwaliteit produceren.

 

3.4.3. Toepassingen Effectieve Micro-organismen:

logo Inhoudsopgave

EM heeft verschillende toepassingsmogelijkheden in de melkveehouderij. Deze toepassingsmogelijkheden zijn:

 

3.4.3.1. Bokashi.

logo Inhoudsopgave

Bokashi is een woord dat afkomstig is uit Japan. Het betekent ‘gefermenteerde organische stof’. Bokashi wordt gemaakt door een mengsel van organische stoffen met EM te fermenteren. Hierna is deze anaëroob verpakt en kan er een fermentatieproces plaatsvinden waardoor vele stofwisselingsprodukten van micro-organismen worden gevormd. Alle organische (rest)stoffen kunnen worden gebruikt voor deze fermentatie. Net als bij zuurkool krijgt de Bokashi een hogere voedingswaarde dan de niet gefermenteerde organische stoffen. Het Bokashi-principe kan zowel worden gebruikt om een bodemverbeteraar te maken als om een veevoeder te maken.

 

Deel 4: Het praktische Agriton advies:

logo Inhoudsopgave

Drijfmestbehandeling:

Zeeschelpenkalk:

éénmaal per 3 jaar 500 kg. / hectare.

 

 

Kleimineralen:

200 kg per hectare/ jaar

 

 

EM (zie handleiding):

 

EM-1

 

bodemverbetering (grasland):

2 liter/ha

 

Drijfmest

1 liter

 

Vernevelen (per 100 liter)

1 liter

 

Kuilverbeteraar (per 100m3)

1 liter

 

Drinkwater

 

 

1e maand (per 1000 liter)

1 liter

 

volgende maanden

0.1 liter

 

Bokashi:

250-500 gram / koe / dag.

 

 

Kunstmest:

Afhankelijk van stikstofgiften voorgaande jaren:

 

 

eerste jaar:

25 -50 % minder.

 

Tweede/derde jaar (afhankelijk van waarnemingen):

50 -75 % minder.

 

 

 

Deel 5: Handleiding Effectieve Micro-organismen (EM)

logo Inhoudsopgave

 

Bereidingswijze & Toepassingen

  1. EM-1, EM-A en EM-oplossing
  2. EM- bokashi ("Bokashi" is Japans voor gefermenteerd organisch materiaal)

 

5.1. EM-1, EM-A en EM-oplossing

logo Inhoudsopgave

EM1 is de benaming van het uitgangsprodukt Effectieve Micro-organismen, dat Agriton levert in plastic flessen van 1 liter en jerrycans van 10 liter. Om deze Effectieve Micro-organismen in de landbouw toe te passen kan men EM1 activeren.

EM-Actief (EM-A)

Het activeren van EM1 gebeurt door middel van water en melasse (voeding) toe te voegen. Deze geactiveerde EM wordt EM-Actief (EM-A) genoemd en wordt als volgt bereid:

Totaal:

 

10 liter EM-A

100 liter EM-A

1000 liter EM-A

EM1

3%

0.3 liter

3 liter

30 liter

Melasse of suiker

3%

0.3 liter

3 liter

30 liter

Water

94%

9.4 liter

94 liter

940 liter

 

Deze EM-A moet U vervolgens 7 dagen in een afgesloten container laten staan. Een fermentatieproces (rijping) treedt in werking, waardoor er een sterke vermeerdering van micro-organismen plaats vindt. Plaats de container niet in direct zonlicht en bij voorkeur bij een temperatuur van 20-35 graden De EM-A is 14 dagen houdbaar.

EM-oplossing

EM-A kan vervolgens worden verdund met water (1: maximaal 100) waarna het kan worden gebruikt voor verschillende toepassingen. Deze EM-oplossing dient men binnen 1 à 2 dagen te gebruiken.

 

Toepassingen:

EM-1 = EM-A

Verdunning

EM-oplossing

Bodemverbetering (grasland):

2 liter/ha.= 66.6

1:100

= max. 6660 liter/ha.

Drijfmest

1 liter = 33.3

+ 100 L.

= +/-130 liter

Vernevelen (per 100 liter)

1 liter = 33.3

+ 70 L.

= +/-100 liter

Kuilverbeteraar (per 100m3)

1 liter = 33.3

EM-A in kuil brengen

Drinkwater (per 1000 liter)

 

 

1e maand

1 liter = 33.3

EM-A in 1000 liter drinkwater brengen

volgende maanden

0.1 liter = 3.3

EM-A in 1000 liter drinkwater brengen

 

5.2. Bokashi.

logo Inhoudsopgave

Materialen voor Bokashi:

Elk organisch materiaal is geschikt om er bokashi van te maken. enkele voorbeelden zijn bierborstel, tarwezemelen, rijstzemelen, maïsmeel, dinkeldoppen, etc. Het is gewenst om een combinatie van organische stoffen te kiezen, die zowel een hoge als een lage C/N verhouding hebben. In het algemeen wordt het gebruik van tenminste 3 verschillende organische materialen aanbevolen om de microbiële diversiteit te verhogen.

 

Bereidingswijze bokashi:

Organisch materiaal

150 liter

EM1

150 cc.

Melasse

150 cc.

Water*

15 liter

Kleimineralen

2.5 kg

Zeeschelpenkalk

2.5 kg

* De hoeveelheid water hangt ook af van de vochtigheid van de gebruikte materialen. Het vochtgehalte mag niet hoger zijn dan 30 %. Dit is als volgt te controleren. Wanneer men de kant en klare Bokashi in de hand samenknijpt, mag deze kluit niet uiteen vallen en er mag geen vocht uit sijpelen.

Toepassingen:

Diervoeding

250 -500 gram / koe / dag

 

5.3. Belangrijke kenmerken van EM.

logo Inhoudsopgave

De houdbaarheid van de EM1 is 6 maanden na produktiedatum. Het dient dan wel goed afgesloten te zijn en op een koele en donkere plaats (niet in de koelkast!) te worden bewaard.

EM1 heeft een zoetzure geur. Indien EM1 kwalijk ruikt (boterzuur), dan niet meer gebruiken. Tijdens het openen van een fles EM1 kunnen er door toetreding van zuurstof, witachtige gistvlokken ontstaan. Deze gistvlokken zijn volledig onschadelijk.

 

Houdbaarheid van de EM produkten:

EM-1

6 maanden na produktiedatum

EM-A

14 dagen na produktiedatum

EM-oplossing

1 à 2 dagen na aanmaak gebruiken

EM-bokashi

3-6 maanden na produktiedatum

 

Logo HOMEPAGE      OnderzoekEMRO Nederland      Nieuwste EM Agriton website. Agriton.com

 

Meer informatie? E-mail: info@agriton.nl

 

Agriton, Molenstraat 10-1, 8391 AJ Noordwolde Fr.

Tel:0561 433115, Fax:0561 432677, e-mail: info@agriton.nl, www.agriton.nl