HOMEPAGE
EMRO Nederland
Agriton.com
Agri Mest Rapport

door
dr. ir. M.G.M. Bruggenwert
Vakgroep Bodemkunde en Plantevoeding
Landbouwuniversiteit Wageningen
Wageningen
Landbouwuniversiteit
Wageningen
ERVARINGEN VAN AGRARISCHE ONDERNEMERS MET HET AGRITON-PROCEDE
Op verzoek van de de heer van de Ham van de firma Agriton heeft ondergetekende ervaringen geinventariseerd die agrarische ondernemers hebben opgedaan met het zgn Agriton-procede. Het procede is erop gericht de kwaliteit van drijfmest te verbeteren.
Eind maart begin april heeft ondergetekende 19 veeteelt bedrijven bezocht. Dit rapport geeft een verslag van de bevindingen.
Wageningen, 6 juni 1994.
dr. ir. M.G.M. Bruggenwert
Vakgroep Bodemkunde en Plantevoeding
Landbouwuniversiteit Wageningen
Wageningen
INHOUD
| pag.3 | |
| " 4 | |
| 3. Resultaat van enige chemische metingen | " 23 |
| 4. Samenvatting en conclusies | " 26 |
INLEIDING.
Afgelopen winter/voorjaar heeft de firma Agriton uit Noordwolde bij 21 veeteelt bedrijven in Friesland een proef uitgevoerd, gericht op het verbeteren van de drijfmest. Bij deze proef werd het Agriton-procede toegepast waarbij per bedrijf op dagbasis 100 gram Agriton-klei (gesuspendeerd in 10 liter water) over de roosters in de stal werd verspreid.
Op verzoek van de heer van de Ham van de firma Agriton heeft dr. ir. M.G.M. Bruggenwert van de vakgroep Bodemkunde en Plantevoeding van de Landbouwuniversiteit Wageningen eind maart begin april aan 19 van de 21 bedrijven een bezoek gebracht teneinde de ervaringen van de agrarische ondernemers te inventariseren. Twee bedrijven liggen ten Noorden van de lijn Franeker-Leeuwarden en zijn vanwege de beschikbare tijd niet bezocht. Een bedrijf werkt nog maar zeer kort met het systeem en is daarom wel bezocht maar nog niet geenqueteerd.
Bij het inventariseren van de ervaringen is niet gewerkt met een vragenformulier. In pargraaf 2 van dit rapport worden de ervaringen van de agrarische ondernemers per bedrijf (in de volgorde waarin zij zijn bezocht) weergegeven.
In zeer beperkte mate is aandacht besteed aan de vraag of er een relatie is tussen de ervaringen van de agrarische ondernemers enerzijds en chemische eigenschappen van de mest anderzijds. Daartoe werden op de bedrijven monsters van de mest genomen waarvan ter plaatse danwel op het laboratorium de pH, de redoxpotentiaal en in veel gevallen ook het electrisch geleidingsvermogen werden gemeten. De resultaten hiervan worden in pargraaf 3 gegeven en besproken.
In pargraaf 4 volgt een samenvattende bespreking van de resultaten.
2. INFORMATIE VERSTREKT DOOR DE DEELNEMERS AAN DE PROEF.
BEDRIJF NR 1.
P. ten Berge;Melkveebedrijf; 45 stuks melkvee plus jongvee; grupstal.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE.
Volgt procede van Agriton vanaf september 1993.
Per dag wordt 100 gram klei, gesuspendeerd in 10 liter water, in de stal gedistribueerd.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR TEN BERGE:
BEDRIJF NR 2.
J. Santing.Melkveebedrijf: 90 stuks melk- en jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Volgt procede van Agriton vanaf november 1993.
Vanaf september mest in lege kelder gedaan en in novenber is die mest aangerijkt met Agriton-klei. Daarna procede van Agriton gevolgd waarbij kleine variatie is doorgevoerd: dagelijks wordt een derde van de stal behandeld. Dus eens per drie dagen wordt klei op dezelfde plaats aangebracht.
ERVARINGEN:
EVALUATIE DOOR SANTING:
BEDRIJF NR 3.
R.HaitsmaMelkveebedrijf; 75 stuks melk- plus jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Sinds oktober 1993 mest verzameld in de kelder. Deze mest is begin december aangerijkt met Agriton-klei. Daarna is Agriton-procede toegepast met dien verstande dat eenmaal per week klei op dezelfde plaats in de stal is aangebracht.
ERVARINGEN:
EVALUATIE DOOR HAITSMA:
BEDRIJF NR. 4.
R.C.Attema.Melkveebedrijf: 75 stuks melk- en jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Past Agriton-procede toe vanaf half novenber 1993.
Heeft half november de reeds aanwezige mest aangerijkt met Agriton-klei. Daarna het Agriton-procede toegepast: per dag 100 gram klei, gesuspendeerd in 10 liter water, in de stal gedistribueerd.
ERVARlNGEN:
EVALUATIE DOOR ATTEMA:
BEDRIJF NR 5.
G.H. Mulder
Bedrijf met 30 - 35 stuks zoogkoeien en meststieren.
Biologisch bedrijf (geen brokken voer, wel mais).
Vanwege inrichting van de stal geen last van stank.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Mulder begint half november 1993 met het Agriton procede. Aan de mest in de kelder wordt klei toegevoegd om het klei-gehalte op peil te brengen. Er was toen een zeer stevig koek op de klei. Vanaf half november elke dag 100 gram klei toegevoegd. Er is niet gemixed.
ERVARINGEN:
EVALUATIE DOOR MULDER:
Op basis van de huidige ervaring is Mulder van plan door te gaan.
BEDRIJF NR. 6.
D.Ringersma.Melkveebedrijf; 75 stuks melk- plus jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Ongeveer half januari 1994 is de aanwezige mest aangerijkt met Agriton-klei. Daarna Agriton-procede toegepast, dwz per dag 100 gram klei gesuspendeerd in 10 liter water in de stal gedistribueerd.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR RINGERSMA:
Wil graag doorgaan met het Agriton-procede.
BEDRIJF NR. 7.
J. BruinsmaMelkveebedrijf: 75 stuks melk- en jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Half november 1993 is de aanwezige mest aangerijkt met Agriton-klei welke door de mest is gemengd. Daarna elke dag ruim 100 gram klei, gesuspendeerd in 10 liter water, in de stal gedistribueerd.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR DHR BRUINSMA:
Verdere ervaringen eerst afwachten alvorens te besluiten door te gaan.
BEDRIJF NR 8.
C.VeningaMelkveebedrijf: 55 stuks melk- en jongvee
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Half december 1993 is de aanwezige mest in kelder aangerijkt met Agriton-klei.
Daarna elke dag 100 gram klei in 10 liter water op de stal gedistribueerd.
Mest gaat elke 14 dagen van mestkelder naar open silo.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR VENINGA:
Veninga wil doorgaan met het Agriton-procede.
BEDRIJF NR 9.
J.D.DamMelkveebedrijf: 70 stuks melk- en jongvee.
TOEPASSING VAN AGRITON-PROCEDE
Begin januari 1994 begonnen met het procede.
In eerste periode 200 gram klei per dag gegeven (gesuspendeerd in 10 liter water). Thans wordt 3 maal per week 200 gram klei gegeven.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR DHR DAM:
Wil op basis van de huidige ervaring doorgaan.
Vooral het homogener worden van de mest is een buitengewoon dankbaar effect van het Agriton-procede.
BEDRIJF NR. 10.
A. TerschureMestveebedrijf: 25 moederdieren en 15 stuks jongvee. Het vee krijgt geen krachtvoer en produceert zeer dikke mest.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Vanaf begin januari wordt dagelijks 100 gram klei, gesuspendeerd in 10 liter water, via de roosters in de stal aan de mest toegevoegd.
ERVARING:
EVALUATIE VAN DHR. TERSCHURE:
Terschure wil doorgaan met het Agriton-procede.
BEDRIJF NR 11.
S. BoerssmaMelkveebedrijf. 55 stuks melkvee en 40 stuks jongvee.
TOEPASSING AGRITON PROCEDE:
Begin 1994 januari begonnen. Put bevatte toen geen mest. In de put wordt een buis met Agriton-kleimineralen aangebracht.
ERVARING:
EVALUATIE VAN DHR. BOERSMA:
Boersma is zeer enthousiast over dit procede en wil ermee doorgaan.
BEDRIJF NR. 12
H. de JongMelkveebedrijf: 60 stuks melkvee en 40 stuks jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Half december 1993 begonnen door de reeds aanwezige mest aan te rijken met klei. Daarna eenmaal per week 1 kg klei, gesuspendeerd in 10 liter water, in de stal gedistribueerd.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR DHR DE JONG:
De Jong wil doorgaan met het procede.
BEDRIJF NR 13.
G.K.WielingaMelkveebedrijf: 30 melkkoeien en 20 stuks jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE
Half december 1993 mest in silo en put aangerijkt met Agriton-klei.
Daarna per dag 100 gram klei, gesuspendeerd in 10 liter water, gedistribueerd in de stal.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR DHR WIELINGA:
De huidige ervaring is reden om door te gaan met het Agriton-procede.
BEDRIJF NR 14
B. van der WeiMelkveebedrijf: 70 melkkoeien en 50 stuks jongvee.
TOEPASSING AGRlTON-PROCEDE:
Begin februari 1994 gestart met het procede: per dag 100 gram Agriton-klei, gesuspendeerd in 10 liter water, in de stal gedistribueerd.
Bij aanvang is de reeds aanwezige mest (600 m3) niet aangerijkt met Agriton-klei.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR DE HEREN VAN DER WEI:
BEDRIJF NR 15.
U. FolkertsmaMeikveebedrijf: 55 melkkoeien en 45 stuks jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Begin januari 1994 is de reeds aanwezige mest aangerijkt met Agriton-klei en gemixed.
Daarna dagelijks 100 gram klei, gesuspendeerd in 10 liter water, in de stal gedistribueerd.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR DHR FOLKERTSMA:
Is enthousiast geworden door bezoek bij ten Berge in Noordwolde. Daar werd het Agriton-procede al langer toegepast. Je rook er bij het mixen weinig. Bij Folkertsina thuis rook het toen "wel 10 maal sterker".
BEDRIJF NR 16.
W.AttemaMelkveebedrijf: 100 stuks melk- en jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Begin januari 1994 is de reeds aanwezige mest met Agriton-klei aangerijkt.
Daarna dagelijks 100 gram klei, gesuspendeerd in 10 liter water in de stal gedistribueerd.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR DHR. ATTEMA:
Heeft geen spijt met het Agriton-proeede te zijn begonnen; wil ermee doorgaan.
Hoopt straks de mestzak te kunnen gebruiken. Thans vormt zich in de mestzak een zwarte, slijmerige mest die moeilijk is te verwerken.
BEDRIJF NR.17
H.KlijnstraMelkveebedrijf: 80 melkkoeien en 55 stuks jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Begin januari 1994 is de reeds aanwezige mest aangerijkt met Agriton-klei.
Daarna elke dag 100 gram klei, gesuspendeerd in 10 her water, in de stal gedistribueerd.
ERVARIN:G
EVALUATIE DOOR DHR KLIJNSTRA:
In 10 jaren niet goed kunnen mixen. De huidige verbetering is voldoende reden om door te gaan met het Agriton-procede.
BEDRIJF NR 18.
C.J.J. ManshandenMelkveebedrijf: 100 stuks melk. en jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Ongeveer half februari 1994 begonnen met het procede.
ERVARING:
De heer Manshanden heeft nog niet gelet op effecten.
EVALUATIE DOOR DHR MANSHANDEN:
Ivm de korte periode dat het systeem wordt toegepast, wordt thans nog geen evaluatie gegeven.
BEDRIJF NR 19.
B.GalemaMelkvee bedrijf: 70 melkkoeien en 50 stuks jongvee.
TOEPASSING AGRITON-PROCEDE:
Rond 20 december 1994 begonnen met het Agriton-procede.
Tweemaal per week wordt 300 gram klei, gesuspendeerd in 10 liter water, in de stal gedistribueerd.
ERVARING:
EVALUATIE DOOR DHR GALEMA:
Galema wil voorlopig doorgaan.
3. RESULTAAT VAN ENIGE CHEMISCHE METINGEN
Het bezoek aan de bedrijven waarbij de ervaring van de ondernemers werd geinventariseerd werd tevens benut om een mestmonster te nemen waaraan enige chemische metingen werden verricht. Het doel hiervan was om na te gaan of de ervaring van de ondernemers gekoppeld kon worden aan enige snel te meten chemische eigenschappen. Als eigenschappen zijn genomen de pH, de redoxpotentiaal en het eletrisch geleidingsvermogen. Deze eigenschappen zijn niet alleen snel te meten maar zouden bovendien mogelijk een indicatie kunnen geven voor het oxidatie-reductie evenwicht en de mineralisatie in de mest. Het is bekend dat de chemische eigenschappen van mest in sterke mate worden beinvloed door de gehele bedrijfsvoering (zoals type voer, mestopslag en ouderdom van de mest). Ook bij deze analyses blijkt dat zoals tabel 1 laat zien, de gemeten chemische eigenschappen sterk van bedrijf tot bedrijf varieren. Er moet dan ook worden geconcludeerd dat de in tabel 1 gegeven chemische eigenschappen geen indicatie geven voor de algemene ervaringen van de ondernemers dat oiv het Agriton-procede de stank vermindert en de mest homogener wordt. Enige metingen verricht aan monsters van mest welke niet volgens het Agriton-procede zijn behandeld, zijn in overeenstemming met deze conclusie: de resultaten van tabel 2 (betreft onbehandelde mest) komen overeen met resultaten van tabel 1 (behandelde mest).De overduidelijke ervaringen van de ondernemers vormen een sterke prikkel voor verder onderzoek naar de chemische effecten van het Agriton-procede op de mest.
TABEL 1. Analyse resultaten van mest behandeld volgens Agriton-procede.
|
1)
n.g betekent niet gemeten
TABEL 2. Analyse van enige mestmonsters die niet met het Agriton- procede zijn behandeld.
|
1)
Bedrijf A: M.ten Wolde 't West 30; 8435 VN Donkerbroek (buurman van R.C. Attema, bedrijf nr 4 dat werkt met Agriton-procede).
4. SAMENVATTING EN CONCLUSIES.
1. Opzet van de proef:
De firma Agriton heeft in de winter 1993-1994 in overleg met 21 veeteeltbedrijven een proef genomen met het Agriton-procede. Volgens dit procede wordt gemiddeld per dag 100 gram Agriton-klei (gemodificeerd kleimineraal), gesuspendeerd in 10 liter water, in de stal gedistribueerd.
2. lnventarisatie van de ervaringen:
Eind maart - begin april zijn de ervaringen van 18 van de 21 ondernemers geinventariseerd (twee bedrijven zijn vanwege de beperkte tijd niet bezocht; een bedrijf werkt nog maar zeer kort met het systeem).
Hun voornaamste ervaringen zijn als volgt samen te vatten:
a. Op 13 van de 18 bedrijven is de ervaring dat de stank van de mest aanzienlijk is verminderd: scherpe stank is verdwenen; de mest ruikt nog wel maar niet meer onaangenaam. Veel agrariers wijzen met nadruk op de positieve effecten hiervan. Op de overige bedrijven had men voor de behandeling ook al geen last van stank.
b. Op 16 van de 18 bedrijven heeft men de ervaring dat de mest veel homogener wordt en blijft. Koekvorming wordt tegengegaan en bestaande koeken (gevormd voordat met de proef werd begonnen) zijn op veel bedrijven geleidelijk aan dunner geworden of geheel verdwenen. Gevolg: de benodigde tijd voor het mixen wordt aanzienlijk gereduceerd.
c. Op een aantal bedrijven neemt men een verandering van de kleur van de mest waar: de mest wordt lichter van kleur.
3. De evaluatie van de proef door de agrarische ondernemers kan als volgt worden samengevat:
Het overgrote deel van de bezochte bedrijven (16 van de 18) wil zeker doorgaan met het Agriton-procede. Zij vinden de stankvermindering een groot voordeel maar zeker ook het economisch nut dat het gevolg is van de verbetering van de homogeniteit van de mest: minder tijd en energie nodig voor mixen. Twee ondernemenrs willen verdere ervaringen afwachten alvorens te besluiten door te gaan.
4. Objectiviteit van de agrarische ondernemers:
Ofschoon het niet tot dit rapport behoort om de objectiviteit te bespreken van de ondernemers betreffende het weergeven van hun ervaringen, worden hier toch twee positieve elementen genoemd.
a. Aangezien de bedrijven over de gehele zuidelijke helft van Friesland verspreid liggen, lijkt het waarschijnlijk dat de meeste agrariers onafhankelijk van elkaar hun ervaringen hebben geevalueerd.
b. Zoals door de ondernemers herhaaldelijk werd opgemerkt, hebben zij slechts relatief geringe bedragen geinvesteerd in de proef. Daarbij was bovendien de afspraak: 'niet tevreden, geld terug'.
5. Wetenschappelijke beIangstelling:
De proef trekt ook wetenschappelijke belangstelling. Daarom zijn bij de bezochte bedrijven monsters van de mest genomen. Hieraan zijn enige chemische metingen verricht: zuurgraad, redox potentiaal en geleidingsvermogen. De door de agrariers waargenomen verbetering van de mest zijn vermoedelijk niet expliciet gekoppeld aan de gevonden waarden van deze onderzochte chemische karakteristieken.
Aanbevolen wordt om het onderzoek uit te breiden. Het is interessant na te gaan wat het effect is van het Agriton-procede op de samenstelling van de mest en het effect van deze mest op de groei van gewassen.
Daarnaast zou het effect kunnen worden nagegaan op de samenstelling van het gas dat emitteert.
Wageningen juni 1994.