Logo HOMEPAGE      OnderzoekEMRO Nederland      Nieuwste EM Agriton website. Agriton.com


DE INVLOED VAN EFFECTIEVE MICROBEN
OP
OPBRENGST EN NPK-OPNAME
DOOR
ENGELS RAAIGRAS IN EEN POTPROEF


POTPROEF

 

door

J.A. Nelemans en M.L. van Beusichem

Landbouwuniversiteit Wageningen
Vakgroep Bodemkunde en Plantenvoeding
Dreijenplein 10, Postbus 8005
6700 EC Wageningen

augustus 1997


SAMENVATTING

TECHNISCHE UITVOERING

RESULTATEN


 

ðINHOUD

SAMENVATTING

Op verzoek van de firma Agriton te Noordwolde-Zuid is in het voorjaar van 1997 een potproef uitgevoerd waarin effecten van EM (effectieve microben) op de droge stof produktie en op de opname van stikstof, fosfaat en kalium van engels raaigras zijn onderzocht. Het gewas werd daartoe opgekweekt op een ijsselrneerkleigrond waaraan, al of niet in combinatie, kunstmest (kalkammonsalpeter) of runderdrijfmest was toegevoegd. De runderdrijfmest was al of niet bebandeld volgens het Agriton procédé. Van het gewas zijn twee sneden geoogst en geanalyseerd op opbrengst en chemische samenstelling (N, N03, P en K).

De toevoeging EM had geen significant effect op het versgewicht van zowel de eerste als de tweede snede. Slechts bij de behandelingen zonder drijfmest kon in alle gevallen een positief effect van EM op de drogestof opbrengst van de eerste snede worden vastgesteld.

Bij geen der behandelingen werd een significant effect van EM op het N-gehalte in het gewas van zowel de eerste als van de tweede snede vastgesteld. Behandeling met EM had geen invloed op de totale stikstofopname door het gewas.

Bij geen der behandelingen en bij geen der sneden kon een significant effect van EM op het P-gehalte en het K-gehalte in het gewas worden aangetoond. EM had een positief effect op zowel de totale P-opname als de totale K-opname door het niet met drijfmest behandelde gewas. Dit effect trad alleen op bij de eerste snede en was bij de tweede snede geheel verdwenen.

 

ðINHOUD

TECHNISCHE UITVOERING

Algemeen

Gekozen is voor een potproef met engels raaigras (Barmaco) omdat effectieve microben vooral in de weidebouw worden toegediend en dit gewas meerdere oogsten (sneden) mogelijk maakt. Als groeimedium is gebruik gemaakt van een door Agriton aangeleverde partij ijsselmeerklei.
In deze proef zijn 2 kunstmest behandelingen, 3 runderdrijfmest behandelingen en 2 effectieve microben behandelingen opgenomen, waaronder telkens een zogenaamde nul behandeling (controle).
De drijfmest behandelingen bestonden uit een onbehandelde en een drijfmest behandeld volgens Agriton procédé.
De proef is in triplo uitgevoerd, hetgeen een totaal van 2*3*2*3 is 36 potten opleverde.

De behandelingen met drijfmest kwamen overeen met een gift van 30 ton per hectare. De behandeling met effectieve microben kwam overeen met 100 liter per hectare per week van een 1:1:100 verdunde microbe: melasse: water oplossing.
De behandelingen met kunstmest kwamen overeen met een gift van 250 kg N/ha. Het vochtgehalte is gedurende de gehele proef constant gehouden op 60 % van de vloeigrens.
De proef is uitgevoerd in een niet verwarmde kas. Bij droog weer werden de potten, die op lorries waren geplaatst, overdag naar buiten gereden. De wel en niet met EM behandelde potten stonden op verschillende lorries. Binnen elke lorrie werden de potten dagelijks verplaatst volgens een vast rotatieschema.
De proef is ingezet op 26-03-97.
De eerste oogst (snede) vond plaats op 01-05-97 (30 dagen na opkomst) en de tweede snede is geoogst op 06-06-97 (65 dagen na opkomst).
Van het geoogste materiaal is het vers en het droog gewicht (70° C) en het gehalte aan N, P, K en N03bepaald.
De verkregen resultaten zijn statistisch geanalyseerd met behulp van ANOVA en LSD (p= 0.01). Ter compensatie van mogelijke plaatsingseffecten is besloten de betrouwbaarheidsdrempel op 99 % vast te stellen.

 

Proefschema

Onderstaande tabel geeft een schematisch overzicht van alle behandelingscombinaties en de daarbij behorende potnummers.

  

KU 0

  

KU 1

 
 

DM 0

DM 1

DMA

DM 0

DM 1

DMA

EM 0

KU 0

KU 0

KU 0

KU 1

KU 1

KU 1

 

DM 0

DM 1

DMA

DM 0

DM 1

DMA

 

EM 0

EM 0

EM 0

EM 0

EM 0

EM 0

 

1 t/m 3

4 t/m 6

7 t/m 9

10 t/m 12

13 t/m 15

16 t/m 18

EM 1

KU 0

KU 0

KU 0

KU 1

KU 1

KU 1

 

DM 0

DM1

DMA

DM 0

DM 1

DMA

 

EM 1

EM 1

EM 1

EM 1

EM 1

EM 1

 

19 t/m 21

22 t/m 24

25 t/m 27

28 t/m 30

31 t/m 33

34 t/m 36

 

Kunstmest (KU): KU 0 = geen kunstmest
KU 1 = KAS

Drijfmest (DM): DM 0 = geen drijfmest

DM 1 = onbehandelde runderdrijfmest

DMA = behandelde runderdrijfmest volgens Agriton procédé,
tevens toevoeging van kleimineralen en zeeschelpenkalk

Effectieve microben (EM): EM 0 = geen toevoeging
EM 1 = EM toevoeging

 

Vullen potproef

De partij ijsselmeerklei van ± 500 kg is in zijn geheel aan de lucht gedroogd, waarna deze is gemalen, gezeefd door een 2 millimeter zeef en gehomogeniseerd.
De vervolgens bepaalde vloeigrens was 320 ml per kg. Er moest derhalve bij het vullen 190 ml water per kg grond worden toegevoegd (60% van de vloeigrens).
De proef is uitgevoerd in Mitscherlich potten met een doorsnede van 20 cm en een hoogte van
22 cm.
In totaal zijn de potten gevuld met een hoeveelheid droge grond, overeenkomend met 6 kg. De onderste laag (4.5 kg) was in alle potten gelijk en in de bovenste laag (1.5 kg) zijn alle behandelingen aangebracht.
Na het vullen is het gewicht van de pot bepaald.
Door dagelijks de potten te wegen, werden deze met gedemineraliseerd water op het juiste gewicht gehouden.
Het water is toegediend door een pijp welke boven op de pot in een zandkolom was geplaatst teneinde een goede verdeling van het water over de pot te krijgen.
Nadat de potten gevuld waren, is 700 gram vochtig (180 ml water per kg) kwartszand op de pot aangebracht waarin 8 gram graszaad (engels raaigras, Barmaco) is gezaaid.
Hierna is het geheel afgedekt met 80 gram droog kwartszand.

De behandelingen met runderdrijfmest, kunstmest en effectieve microben zijn afgeleid van praktijkgiften. De omrekening van praktijkgiften per ha naar hoeveelheden per pot is als volgt geschied.

Runderdrijfmest (~ 30 ton per ha):
DS 9.5 %. SG 1.005
Doorsnede pot: 20 cm. Dit is 3.14*0.1*0.1=0.0314 m2
30 t/ha is 30000/10000=3 kg m2. Dit is 3*1000*0.0314=94 g per pot.
Komt overeen met 85 ml H2O en 9 g droge stof.

Kunstmest (~250 kg N per ha):
250 kg N/ha----> 250/10000=0.025 kg N/m2 = 25 g N/m2.
Oppervlakte pot 0.0314 m2 0.0314 * 25 g = 0.785 g N/pot.---->785 mg N/pot. Gebruikt werd KAS 27% N.
(785/270) = 2.91 g KAS per pot.

Effectieve microben (~100 l/ha/week):
100 liter per ha-------> (100/10000) * 0.0314=0.31 10-3 liter =0.32 ml/pot.
Deze oplossing is telkens 24 uur van tevoren bereid en als 50 maal verdunde oplossing
wekelijks toegediend.

De behandelingcombinaties werden samengesteld zoals hieronder in detail is aangegeven.

Sub-proef KU0

pot 1 t/m 3:6 kg grond en 1140 ml water.

pot 4 t/m 6:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 94 gram DM1 en 200 ml water.

pot 7 t/m 9:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 94 ml DMA en 200 ml water, plus 15
gram zeeschelpenkalk en 15 gram kleimineralen

pot 10 t/m 12:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 285 ml water en 2.91 gram KAS.

pot 13 t/m 15:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 94 gram DM1 en 200 ml water en 2.91 gram KAS.

pot 16 t/m 18:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 94 ml DMA en 200 ml water, plus 15
gram zeeschelpenkalk, 15 gram kleimineralen en 2.91 gram KAS.

Sub-proef KU1

pot 19 t/m 21:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 285 ml water waaraan toegevoegd 0.32 ml effectieve microben.

pot 22 t/m 24:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 94 gram DM1 en 200 ml water waaraan
toegevoegd 0.32 ml effectieve microben.

pot 25 t/m 27:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 94 ml DMA en 200 ml water waaraan
toegevoegd 0.32 ml effectieve microben, 15 gram zeeschelpenkalk
en 15 gram kleimineralen.

pot 28 t/m 30:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 285 ml water waaraan toegevoegd
0.32 ml effectieve microben en 2.91 gram KAS.

pot 31 t/m 33:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 94 gram DM1 en 200 ml water
waaraan toegevoegd 0.32 ml effectieve mieroben en 2.91 gram KAS.

pot 34 t/m 36:4.5 kg grond en 855 ml water.
Bovenlaag: 1,5 kg grond en 94 ml DMA, 200 ml water waaraan
toegevoegd, 0.32 ml effectieve microben, 15 gram Zeeschelpenkalk,
15 gram kleimineralen en 2.91 gram KAS.

N.B. Alle behandelingen met EM1 zijn vanaf het zaaien wekelijks gesproeid met een EM oplossing.

Doordat tijdens de groei de 0.32 ml EM-oplossing niet homogeen over de totale oppervlakte van de pot verdeeld kon worden, is de 1:1:100 verdunde oplossing direkt voor gebruik (en na 24 uur rijping) nogmaals 50 maal verdund. Door nu 16 ml van die verdunde oplossing over de potten te sprayen wordt de juiste hoeveelheid EM toegevoegd.

 

ðINHOUD

RESULTATEN

Algemeen

Al vorens de afzonderlijke resultaten te bespreken dienen een aantal algemene opmerkingen over de interpretatie van de gegevens te worden gemaakt.

  1. Waarschijnlijk is de behandelde drijfmest volgens het Agriton procédé niet uit dezelfde partij afkomstig als de onbehandelde drijfmest. Dat betekent dat eventuele verschillen tussen de twee behandelingen DM1 en DMA niet zonder meer toegeschreven mogen worden aan het Agriton procédé.
  2. Het stikstofniveau in de grond bij sub-proef KU1 is veel hoger dan dat in de subproef KU0. Bij de interpretatie van de gegevens dienen de sub-proeven KU0 en KU1 dan ook als afzonderlijke proeven te worden beschouwd.
  3. De statistische analyse is voor elke snede en voor elke parameter afzonderlijk uitgevoerd. Wanneer in een tabel resultaten van beide sneden worden vermeld of wanneer meer parameters in de tabel zijn opgenomen, mogen alleen de kolommen van dezelfde snede of van dezelfde parameter via de 'significantie-letters' geïnterpreteerd worden.

 

Opbrengst

In Tabel 1 zijn de versgewichten van de eerste snede weergegeven. Bij geen van de behandelingen kon een significant EM-effect worden waargenomen.

In Tabel 2 zijn de drooggewichten van de eerste snede weergegeven. In de sub-proef zonder kunstmest (KU0) had de EM-behandeling een positief effect op de drogestof opbrengst van het onbemeste object (KU0 DM0) en van het object waaraan onbehandelde drijfmest was toegevoegd (KU0 DM1). In de sub-proef met kunstmest gaf alleen de behandeling KU1 DM0 een positief DM effect te zien; het EM-effect was verdwenen wanneer in deze sub-proef naast kunstmest tevens drijfmest was toegediend.

Tabel 1: Gewasopbrengst vers gewicht eerste snede (g/pot)

  

EM 0

%DM
effect

EM1%DM
effect

%EM
effect

 

DM 0

52.3a

 

61.6a

 

n.s.

KU 0

DM 1

90.7b

73

99.4bc

62

n.s.

 

DMA

104.9cd

101

106.7cd

73

n.s.

 

DM 0

113.4de

 

119.8ef

 

n.s.

KU 1

DM 1

132.7g

17

129.0fg

n.s.

n.s.

 

DMA

125.5fg

11

129.7fg

n.s.

n.s.

 

Tabel 2: Gewasopbrengst droog gewicht eerste snede (g/pot)

  

EM 0

% DM
effect

EM1% DM
effect
%EM
effect
 

DM 0

7.21a

 

8.66b

 

+ 20

KU 0

DM 1

11.49c

59

12.89d

49

+ 12

 

DMA

12.56d

74

13.3de

54

n.s.

 

DM 0

13.24de

 

14.89fg

 

+ 13

KU 1

DM 1

15.33g

16

15.47g

n.s.

n.s.

 

DMA

14.20ef

n.s.

15.18fg

n.s.

n.s.

 

De Tabellen 3 en 4 bevatten respectievelijk de verse en de droge opbrengsten van de tweede
snede. De opbrengsten liggen beduidend lager dan die van de eerste snede.
Evenals bij de eerste snede is er geen sprake van enig effect van EM op het vers gewicht
(Tabel 3). De bij de eerste snede gevonden positieve effecten van EM in de KU0 DM0, KU0
DM1 en KU1 DM0 behandelingen zijn bij de tweede snede geheel verdwenen (Tabel 4).

 

Tabel 3: Gewasopbrengst vers gewicht tweede snede (g/pot)

  EM 0% DM
effect
EM1%DM
effect
%EM
effect
 

DM 0

11.7a

 

9.9a

 

n.s.

KU 0

DM 1

16.9b

45

17.0b

71

n.s.

 

DMA

18.7b

60

18.0b

81

n.s.

 

DM 0

45.5c

 

47.9c

 

n.s.

KU 1

DM 1

61.6d

35

63.2d

32

n.s.

 

DMA

74.2e

63

77.2e

61

n.s.

Tabel 4: Gewasopbrengst droog gewicht tweede snede (g/pot)

  EM 0% DM
effect
EM1%DM
effect
%EM
effect
 

DM 0

3.48ab

 

2.70

 

n.s.

KU 0

DM 1

4.81c

38

4.34bc

60

n.s.

 

DMA

5.37c

54

4.73c

75

n.s.

 

DM 0

11.42d

 

11.25d

 

n.s.

KU 1

DM 1

15.02e

32

15.15e

35

n.s.

 

DMA

16.46f

44

17.30f

54

n.s.

 

In Tabel 5 zijn de totale drogestof opbrengsten van beide sneden weergegeven. Over de totale groeiperiode konden geen significante effecten van EM aangetoond worden, met uitzondering van een minimaal effect in de KU1 DMA behandeling.

In Tabel 6 zijn de drogestof gehalten van de beide sneden van het gewas weergegeven. Het gemiddelde percentage drogestof bij de eerste snede bedroeg 12.4 % en bij de tweede snede 25.6 %. Voor elke snede waren de verschillen in drogestofpercentage tussen de subproeven KU0 en KU1 in praktisch alle gevallen klein maar significant. Verschillen tussen EM1 en EM0 behandelingen waren soms wel en soms niet significant. Aan de in deze proef waargenomen verschillen kan echter geen fysiologische betekenis worden toegekend.

Tabel 5: Totale droge stof opbrengst van het gewas (g/pot)

  EM 0% DM
effect
EM1% DM
effect
%EM
effect
 

DM 0

10.69a

 

11.36a

 

n.s.

KU 0

DM 1

16.30b

52

17.23bc

52

n.s.

 

DMA

17.93c

68

18.02c

59

n.s.

 

DM 0

24.66d

 

26.13d

 

n.s.

KU 1

DM 1

30.35e

23

30.63e

17

n.s.

 

DMA

30.66e

24

32.48f

24

+3

Tabel 6: Droge stof gehalten in het gewas van de eerste en tweede snede (%)

  EM 0 EM1 
  snede 1snede 2snede 1snede 2
 

DM 0

13.8f

29.8g

14.1f

27.2ef

KU 0

DM 1

12.7de

28.5fg

13.0e

25.6cde

 

DMA

12.0c

28.7fg

12.5d

26.3de

 

DM 0

11.7abc

25.1bcd

12.4d

23.5ab

KU 1

DM 1

11.6ab

24.4bc

12.0c

24.0abc

 

DMA

11.3a

22.2a

11.7bc

22.4a

 

Stikstofgehalten en stikstofopname

In de Tabellen 7 en 8 zijn de stikstofgehalten in het gewas en de daaruit berekende totale stikstofopnames door het gewas voor de beide sneden weergegeven.
Voor de beide sub-proeven KU0 en KU1 geldt dat bij de eerste snede de stikstofgehalten bij de EM behandelingen enigszins verlaagd waren (Tabel 7). Deze verschillen waren echter nimmer significant en bij de tweede snede geheel verdwenen (Tabel 8).
Voor beide sub-proeven en elk van de sneden kon geen significante invloed van EM op de totale stikstofopname door het gewas vastgesteld worden.
Het nitraatgehalte in het gewas was in de sub-proef KU0 bij beide sneden verwaarloosbaar laag. Geheel volgens verwachting bevatte het gewas in sub-proef KU1 bij de eerste snede een hoeveelheid nitraat van ongeveer 540 mmol/kg (TabeI 7); dit gehalte was bij de tweede snede gedaald tot ongeveer 30 mmol/kg (Tabel 8). Deze daling van het nitraatgehalte in het gewas is een aanwijzing voor uitputting van de minerale stikstof-voorraad in de potten.
De waarschijnlijk suboptimale stikstofvoorziening komt tevens tot uitdrukking in verlaagde totaal stikstofgehalten bij de tweede snede t.o.v. de eerste snede in de sub-proef KU1. Het totaal stikstofgehalte bij de tweede snede t.o.v. de eerste snede in de sub-proef KU0 was ook sterk verlaagd.
In de literatuur wordt 2.8 % N, dit is 2000 mmol/kg, wel genoemd als kritische concentratie voor engels raaigras. Dat betekent dat bij de sub-proef KU0 reeds bij de eerste snede sprake was van een sub-optimaal stikstofgehalte (Tabel 7) en dat bij de tweede snede de stikstofgehalten van alle behandelingscombinaties tot ver beneden dit kritische niveau waren gedaald (Tabel 8).

 

Tabel 7: Stikstofgehalten in het gewas en stikstof opgenomen door de eerste snede

   

EM 0

  EM 1 
  N-tot m/mol/kgNO3
m/mol/kg
Opname
mg N/pot
N-tot m/mol/kgNO3
m/mol/kg
Opname
mg N/pot
 

DM 0

1813a

3a

183a

1714a

7a

208a

KU 0

DM 1

2003bc

10a

322b

1843ab

16a

333b

 

DMA

2074c

19a

365bc

2125c

29a

395c

 

DM 0

3258de

508b

604d

3100d

514b

646de

KU 1

DM 1

3341ef

534bc

717f

3290ef

592c

713f

 

DMA

3434f

537bc

683ef

3325ef

581c

706f

 

Tabel 8: Stikstofgehalten in het gewas en stikstof opgenomen door de tweede snede

   

EM 0

  EM 1 
  N-tot m/mol/kgNO3
m/mol/kg
Opname
mg N/pot
N-tot m/mol/kgNO3
m/mol/kg
Opname
mg N/pot
 

DM 0

800a

2a

39a

804a

2a

30a

KU 0

DM 1

825a

2a

56a

838a

0a

51a

 

DMA

752a

1a

57a

778a

0a

51a

 

DM 0

1265c

36c

202b

1257c

21b

198b

KU 1

DM 1

1113b

29bc

234c

1175bc

28bc

249c

 

DMA

1251c

37c

288d

1264c

31bc

305d

 

Fosfaatgehalten en fosfaatopname

Tabel 9 geeft een overzicht van de fosfaatgehalten in het gewas voor de verschillende behandelingen. In het algemeen zijn de gehalten in sub-proef KU1 significant lager dan die in subproef KU0. Verder waren de gehalten van de tweede snede lager dan die van die van de eerste snede. De gehalten in de tweede snede van sub-proef KU1 waren zelfs gedaald tot onder het niveau dat in de literatuur wordt gehanteerd als kritische concentratie (0.3 % 100 mmol/kg).
Bij geen van de behandelingen en bij geen van de sneden kon een significant effect van EM op het fosfaatgehalte worden aangetoond.

In Tabel 10 worden de hoeveelheden opgenomen fosfaat door de eerste en tweede snede, alsmede de totale tijdens de proef opgenomen hoeveelheid fosfaat door het gewas weergegeven. In het algemeen werd, zowel bij de opname door de afzonderlijke sneden als bij de totaal opgenomen hoeveelheid, geen significant effect van EM vastgesteld. Een uitzondering werd gevormd door de eerste snede van de beide DM0 behandelingen, die een licht positief EM-effect lieten zien.

Tabel 9: Fosfaatgehalten in het gewas van de eerste en tweede snede (mmol P/kg)

  EM 0 EM1 
  snede 1snede 2snede 1snede 2
 

DM 0

173f

119d

173f

121d

KU 0

DM 1

169ef

132e

164def

133e

 

DMA

162cde

114d

158bcd

114d

 

DM 0

151ab

103c

150ab

100bc

KU 1

DM 1

153abc

94ab

151ab

94ab

 

DMA

147a

89a

150ab

89a

 

Tabel 10: Fosfaat opgenomen door het gewas van de eerste en tweede snede (mg P/pot)

   EM 0  EM 1 
  snede 1snede 2totaalsnede 1snede 2totaal
 

DM 0

39a

13a

52a

46b

10a

57a

KU 0

DM 1

60c

20b

80b

66cde

18b

83b

 

DMA

63cd

19b

82b

65cde

17b

82b

 

DM 0

62c

37c

99c

69def

35c

104cd

KU 1

DM 1

73f

44d

117ef

72f

44d

116ef

 

DMA

65cde

45d

110de

71ef

47d

118f

 

Kaliumgehalten en kaliumopname

Tabel 11 geeft een overzicht van de kaliumgehalten in het gewas voor de verschillende behandelingen. Evenals bij fosfaat het geval was, waren de kaliumgehalten in sub-proef KU1 lager dan in sub-proef KU0; bij geen van de behandelingen was dit echter een significant verschil. Verder waren de gehalten van de tweede snede lager dan die van de eerste snede. Bij geen van de behandelingen en bij geen van de sneden daalde de concentratie echter onder het niveau dat in de literatuur wordt gehanteerd als kritische concentratie (1.8 % = 450 mmol/kg). Bij geen van de behandelingen en bij geen van de sneden kon een significant effect van EM op het kaliumgehalte worden aangetoond.

In Tabel 12 worden de hoeveelheden opgenomen kalium door de eerste en tweede snede, almede de totale tijdens de proef opgenomen hoeveelheid kalium door het gewas weergegeven. Evenals bij fosfaat werd in het algemeen, zowel bij de opname door de afzonderlijke sneden als bij de totaal opgenomen hoeveelheid, geen significant effect van EM vastgesteld. Een uitzondering werd gevormd door de eerste snede van de beide DM0 behandelingen, die een licht positief effect van EM lieten zien.

Tabel 11: Kaliumgehalten in het gewas van de eerste en tweede snede (mmol K/kg)

  EM 0 EM1 
  snede 1snede 2snede 1snede 2
 

DM 0

938b

531bcd

949b

499ab

KU 0

DM 1

1048cde

601e

1041cd

562de

 

DMA

1099f

522cd

1094f

536bcd

 

DM 0

878a

512abc

859a

482a

KU 1

DM 1

1043cd

503ab

1030c

510ab

 

DMA

1089ef

520abc

1082def

520abc

 

Tabel 12: Kalium opgenomen door het gewas van de eerste en tweede snede (mg K/pot)

   EM 0  EM 1 
  snede 1snede 2totaalsnede 1snede 2totaal
 

DM 0

264a

72a

336a

320b

52a

372a

KU 0

DM 1

469cd

113bc

582b

523e

95b

618bc

 

DMA

538ef

116c

654cd

567fg

99bc

666d

 

DM 0

453c

228d

681de

499de

212d

711e

KU 1

DM 1

623h

294e

918f

622h

301e

923f

 

DMA

603gh

333f

936f

641h

350f

991g

 

Logo HOMEPAGE      OnderzoekEMRO Nederland      Nieuwste EM Agriton website. Agriton.com